• Patrick Jordens

Voortaan een EPC nodig bij de verhuur van een klein kantoor of handelspand

Wie zijn horeca- of handelszaak, kantoor, praktijk, B&B, ... verkoopt of verhuurt, moet vanaf 2020 over een geldig EPC beschikken. Er zijn enkele uitzonderingen.

Bovendien moeten een aantal elementen uit het EPC vermeld worden in advertenties of bekendmakingen waarin het pand te koop of te huur wordt aangeboden. De advertentieplicht geldt voor eigenaars, maar evenzeer voor makelaars, notarissen, ... 



Verplichte vermelding van EPC-informatie in advertenties

  • Heeft u een EPC dat dateert van vóór 2019 dan moet u steeds het kengetal (in kWh/m²) publiceren.

  • Heeft u een EPC dat opgemaakt wordt na 1 januari 2019 dan moet u ofwel het label (van A+ t.e.m. F) ofwel het kengetal (in kWh/m²) publiceren. Bij publicatie kunt u gebruik maken van de icoontjes van de labels en zo uw woning en klein niet-residentieel gebouw extra in de kijker zetten.

  • Bij nieuwbouw (woongebouwen en kleine niet-residentiële gebouwen) moet het kengetal én het E-peil vermeld worden.

  • Er zijn een beperkt aantal uitzonderingen op de EPC-advertentieplicht.

U publiceert steeds het volledige adres, inclusief volledig huisnummer en/of busnummer. Wilt u het adres niet bekendmaken dan kunt u de unieke code van het EPC publiceren. Het is ook toegelaten om het volledige certificaatnummer te publiceren.

Welke gebouwen hebben een EPC voor kleine niet-residentiële eenheden nodig?

Wanneer een niet-residentieel gebouw of deel van een gebouw te koop of te huur aangeboden wordt, moet het over een EPC voor kleine niet-residentiële eenheden beschikken als het aan de volgende voorwaarden voldoet:

Merk op: de laatste voorwaarde is alleen van toepassing wanneer er in het gebouw meerdere niet-residentiële eenheden aanwezig zijn.

Op termijn zal ook het EPC voor grote niet-residentiële gebouwen verplicht worden.


Niet residentiële bestemming

Het gaat over gebouwen en gebouwdelen waar niet wordt gewoond, zoals kantoren, handelsruimtes, horeca, logeerfuncties en andere bestemmingen.

De volgende gebouwen of gebouwdelen vallen niet onder een niet-residentiële bestemming:

  • Industriële en religieuze gebouwen (bijvoorbeeld productiehallen en logistieke gebouwen),

  • Alleenstaande niet-residentiële gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte tot 50 m³,

  • Serres, stallen en niet voor bewoning bestemde gebouwen van een landbouwbedrijf,Werkplaatsen.

  • Raadpleeg de volledige lijst met uitzonderingen.

Merk op: er wordt steeds gekeken naar de feitelijke toestand. Bijvoorbeeld: een appartement dat gebruikt wordt als boekhoudkantoor en een bruikbare vloeroppervlakte heeft van maximaal 500 m², wordt gezien als een kleine niet-residentiële eenheid.


Aaneengesloten niet-residentiële geheel

Het EPC voor kleine niet-residentiële eenheden is bedoeld voor niet-residentiële gebouwen of gebouwdelen die vaak voorkomen met een woonst of in een residentieel gebouw zijn gehuisvest, zoals een apotheek, een kleine bakkerszaak, een café,… 

Kleine eenheden die zich in een groot niet-residentieel gebouw bevinden, zoals een winkel in een winkelcentrum, behoren niet tot de doelgroep.  Bij deze grotere gebouwen kunnen de opbouw, de installaties en gebruikte (bouw)technieken immers complex en uniek zijn, wat een  andere aanpak en rekenmethodiek vraagt.

Om deze reden mag het aaneengesloten niet-residentiële geheel waar de te verkopen of te verhuren eenheid deel van uitmaakt, niet groter zijn dan 1000 m².

Voorbeeld:

Een kledingwinkel in een winkelstraat met een bruikbare vloeroppervlakte van 90 m² heeft een EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen nodig van zodra het te koop of te huur wordt gesteld. Zie foto linksonder.

Een kledingwinkel van 90 m² in een groot winkelcentrum valt niet onder het EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen, omdat het winkelcentrum een bruikbare vloeroppervlakte heeft die groter is dan 1000 m². Zie foto rechtsonder.

Merk op: vaak is het aaneengesloten niet-residentiële geheel eenvoudig te bepalen:

  • Wanneer het deel van het gebouw dat te koop of te huur gesteld wordt de enige niet-residentiële eenheid is in het gebouw, moet het aaneengesloten deel niet bepaald worden. Het is dan voldoende om na te gaan of de bruikbare vloeroppervlakte van het gebouwdeel maximaal 500 m² bedraagt. Bijvoorbeeld, een krantenwinkel op het gelijkvloers van een appartementgebouw. 

  • Wanneer het deel van het gebouw dat te koop of te huur gesteld wordt deel uitmaakt van een groot niet-residentieel gebouw, dan is het aaneengesloten niet-residentiële geheel gelijk aan de totale bruikbare vloeroppervlakte van het volledige gebouw. Bijvoorbeeld, een broodjeszaak op het gelijkvloers van een kantoorgebouw.

Als er in het gebouw zowel residentiële als niet-residentiële bestemmingen aanwezig zijn, wordt er gekeken naar de gezamenlijke bruikbare vloeroppervlakte van de aaneengesloten niet-residentiële gebouwdelen. Raadpleeg hiervoor uw energiedeskundige type A.


Meer voorbeelden

Bekijk het prototype van het EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen

  • facebook
  • Twitter
  • Instagram

© Jordens  - ondernemingsnummer 0728.299.061